Screening oudste kleuters t.a.v.

Risicofactoren voor leren lezen / spellen

Door Marijke Visser (SBO Koningin Emmaschool Nijkerk) en Anneke Smits (O.S.O. Windesheim te Zwolle)

 

Hoe dichter de toetsen / observatiepunten aanleunen tegen het specifieke leesproces zelf, hoe betrouwbaarder ze voorspellen. (Ruijssenaars: domeinspecifiek)

Van de volgende toetsen / onderdelen is gebleken dat ze goed voorspellen :

Moment : januari groep 2. Eventueel na aantal maanden herhalen.

 

1. Letters benoemen

Nederlandse kinderen in groep 2 blijken gemiddeld al 9 letters te kennen. (C. Aarnoutse in Leesgoed n1. 1 2000)

Afname : Geef elk kind een letterblad. (zie bijlage)

Opdracht : ‘Kleur alle letters die je kent / kan zeggen.

Daarna individueel controleren of het kind ze inderdaad kan benoemen.

Noteer hoeveel verschillende letters goed benoemd zijn.

Geen normering; hang ook af van het aanbod thuis en op school.

Vergelijk met de rest van de groep.

 

2. Snel benoemen van eenvoudige primaire kleuren

Benoemsnelheidsproblemen zijn een belangrijke oorzaak van leesproblemen.

De kennis is wel aanwezig maar het kind kan het niet vlot oproepen / verwoorden.

Snel benoemen van kleuren (cijfers, symbolen) doet een beroep op dezelfde hersenfuncties als het snel herkennen van letters.

Voorlopige norm : 23 seconden voor 20 plaatjes, 20 seconden of meer is signaal !

Afname : zie bijlage.

 

3. Beginklank kunnen zeggen (Eenvoudige klankbewustzijnstaak)

afname : ‘Ik zeg een woord. Luister naar de eerste klank.

Geef (zo uitgebreid als nodig is) voorbeelden.

Zeg de woorden – waar mogelijk – met verlengde beginklank.

Als het niet lukt mag je de woorden ook nog opschrijven tijdens het uitspreken;

Nogmaals vragen : welke klank hoor je aan het begin ?

Lukt het nog niet dan zeg je de klanken terwijl je ze aanwijst in het woord en geef je zelf het goede antwoord.

 

mama

rood

soep

geel

loop

fiets

kop

lamp

neus

boom

 

Max. 20 punten; 2 punten voor direct goed antwoord, 1 punt voor goed antwoord na gelijktijdig uitspreken - opschrijven.

Niet genormeerd; mede afhankelijk van aanbod op school en thuis; vergelijk met groepsgenoten.

 

 

4. Pogingen ondernemen om tot schrijven te komen

  1. Kan het kind zijn eigen naam schrijven? Noteer b.v. goed, deels,  niet
  2. B. probeer het kind ook andere woorden te schrijven ?

Νnvented spelling’ geeft zicht op de ontwikkelingsfase van het kind  (A. Bus 1991, 1995)

Opdracht : Vraag het kind de volgende woorden te schrijven;

Tomaat, slak, bos, wolk, banaan.

 

Geef punten naar gelang de fase van beginnende geletterdheid (max. 25):

0 punten per woord voor schrijfkrabbels / tekeningetje

1 punt per woord voor letterreeksen die geen relatie hebben met de klankstructuur van het woord

3 punten per woord als enkele letters correct zijn (meestal begin en eindklanken; vaak wordt de meest pregnante klank weergegeven)

5 punten voor een woord dat correct is weergegeven of zoals het klinkt (dus toomaat mag)

 

5. Heeft het kind gedurende langere tijd logopedie gehad in verband met spraak- 
    taalproblemen ?

    Vooral problemen met zinsbouw, fonologie (uitspraak van klanken en woorden) en auditief geheugen zijn een signaal. (NB. Het kan voorkomen dat er wel problemen waren / zijn op dit gebied, maar het kind geen logopedie heeft gehad. Noteer dat.)

 

6. Erfelijkheid. Komt er dyslexie in de naaste familie voor ?

    Noteer in dat geval ‘ja’.

 

7. Het oordeel van de leerkracht. Voorziet deze problemen in groep 3?

     Vooral problemen met het aanleren van namen en begrippen gelden als risicifactor.

 

NB. Wees altijd voorzichtig met je risico-inschatting, zeker op papier; Je kunt het nooit zeker weten! De hoeveelheid letters die het kind kan benoemen wordt beschouwd als de belangrijkste voorspellende factor.

Als je in januari risico’s signaleert heb je nog rijd om wat te doen; zoals de voorschotbenadering (zie het artikel hierover van Anneke Smits in het septembernummer (2000) van het tijdschrift voor Remedial Teaching). Dan krijg je een indruk hoe / of het kind het oppakt.

Herhaal deze screening in juni. Geef het klassenoverzicht aan het eind van het schooljaar door aan de leerkracht van groep 3, die dan beschikt over een goede beginsituatie van de kinderen t.a.v. beginnend lezen.

 

Snel benoemen van eenvoudige primaire kleuren

Oudste kleuters

Voorbereiding : Plak rondjes in de aangegeven kleuren op het toetsblad

Afname :

Laat het blad zien.

Het gele rondje staat linksboven.

‘Kijk, ik heb hier een mooi blad met allemaal gekleurde rondjes.

Weet jij ook welke kleuren het zijn? Vertel maar :

(Wijs kris kras vier verschillende kleuren aan.)

‘Dit is … en dit is … en dit is … en dit is …’)

 Als het kind alle kleuren goed heeft benoemd zeg je:

‘Prima. Nu mag je al die kleuren gaan opnoemen, zo snel als je kunt. Kijk zo’

Doe zelf rij 1 voor en de eerste twee rondjes van rij 2;

Terwijl je de hokjes v.l.n.r. en v.b.n.b. aanwijst spreek je kleur voor kleur duidelijk uit, zorg daarbij wel voor een vlot doorgaand tempo.

Ιn nu mag jij. Als ik ‘ja’ zeg mag je beginnen.’

Kijk onnadrukkelijk op je horloge of druk je stopwatch in.

Wijs bij (begin weer linksboven) terwijl het kind de hokjes noemt en ‘trek’het zo mee naar het volgende vakje.

Hapert het kind, dan even inhouden en rustig laten denken en zeggen.

 

Voorlopige norm : januari groep 2 :

Gemiddelde is 23 seconden, SD is 6 seconden.

Noteer haperen / fouten; wat gebeurt er, hoe reageert het kind etc.

Fonemische analyse / bewustzijn:

Afname :

 

Oefenitems

Initiale klank

Na simultaan
Spreken / schrijven

Voorgezegd

Aantal punten

a. sok

 

 

 

Direct goed : 2

Na SSS       : 1

b. lamp

 

 

 

c. boom

 

 

 

Testitems : (initiale klank waar mogelijk iets verlengen)

Mama

 

 

 

 

Soep

 

 

 

 

Loop

 

 

 

 

Kop

 

 

 

 

Neus

 

 

 

 

         

 

Inventend spelling (pogingen om tot schrijven te komen):

Afname L

·        Laat het kind 5 woorden ‘schrijven’.

·        Geef punten naar gelang de fase waarin het kind zit (naar A.Bus)

0 punten :  schrijfkrabbels of tekening

1 punt     : letterreeksen die geen relatie hebben met de klankstructuur

3 punten : semi-fonetisch; als enkele letters, meestal begin- of eindconsonanten, correct zijn. Veelal wordt de meest pregnante klank weergegeven.

5 punten : fonetisch (klankzuivere woorden bijna correct gespeld) en conventioneel (geheel correct gespeld)

 

Woorden

Observatie     

Aantal punten

Eigen naam

Goed – deels – niet

  n.v.t

Tomaat

 

 

Slak

 

 

Bos

 

 

Wolk

 

 

banaan

 

 

 

SCOREFORMULIER :

Naam: ……………………………         Leeftijd: …………………       Afnamedatum:………………

ΰ LETTERS BENOEMEN:

Aantal letters: …………(max.25)

s

o

k

i

p

 

s

o

k

i

p

 

aa

r

m

z

t

 

aa

r

m

z

t

 

 e

h

v

l

u

 

e

h

v

l

u

 

uu

g

w

b

a

 

uu

g

w

b

a

 

j

f

oo

n

ee

 

j

f

oo

n

ee

 

 Andere gekende letters :

ΰ SNEL BENOEMEN VAN EENVOUDIGE PRIMAIRE KLEUREN:

Tijd:…………sec. (norm 23 sec./deviatie 6 sec.)

 

ΰ BEGINKLANK / FONEMISCH BEWUSTZIJN:

OEFENITEMS

INITIALE KLANK

NA SIMULTAAN SPREKEN/SCHRIJVEN

VOORGEZEGD

AANTAL PUNTEN

a. sok

 

 

 

Direct goed: 2 pnt

Na SSS: 1 pnt

b. lamp

 

 

 

c. boom

 

 

 

TESTITEMS (initiale klank waar mogelijk verlengen)

1. mama

 

 

 

 

2. soep

 

 

 

 

3. loop

 

 

 

 

4. kop

 

 

 

 

5. neus

 

 

 

 

6. rood

 

 

 

 

7. geel

 

 

 

 

8. fiets

 

 

 

 

9. lamp

 

 

 

 

10. boom

 

 

 

 

Score: ………….pnt (max. 20)

 

ΰ INVENTED SPELLING:

WOORDEN

OBSERVATIE

AANTAL PUNTEN

Eigen naam

 

goed – deels – niet

(geen punten)

 

Punten:

0: krabbels/tekening

1: letters zonder relatie met klanken

3: semi-fonetisch, weergave meest pregnante klank

5: fonetisch en conventioneel 

Tomaat

 

 

 

Slak

 

 

 

Bos

 

 

 

Wolk

 

 

 

Banaan

 

 

 

Score: ……….. pnt (max 25 )

 

ΰ LOGOPEDIE: ……………………………………                                      Logopedie gehad i.v.m. spraaktaalproblemen?

 

ΰ ERFELIJKHEID:………………………………                                          Komt dyslexie in de naaste familie voor?

 

ΰ OORDEEL LEERKRACHT:………………………………                      Voorziet de leerkracht problemen in groep 3?