C  

 

Geen vraag voor jou!

Wacht 1  beurt.

 

 

C  

 

Doet een van de personages je denken aan iemand die je kent?

Zijn er stukken in het verhaal waarvan het vertellen net zo lang duurt als in werkelijkheid?

C

Waar speelt het verhaal zich af? Op 1 plek of op verschillende plekken?

 

Is de plaats waar het verhaal zich afspeelt van belang? Zou het net zo goed of beter op een andere plaats kunnen spelen?

Zijn er gebeurtenissen in het verhaal die lang duren, maar heel vlug of in een paar woorden verteld worden?

 

Welk personage boeit jou het meest?

De hoofdpersoon of juist iemand anders?

 

C

 

Wie is de belangrijkste persoon?

C

 

Welke personages vindt de verteller aardig? Hoe merk je dat?

 

Geen vraag voor jou!

Wacht 1 beurt.

 

 

C

 

Wat weet je van de schrijver?

C

Gebeurt het nu?

Of lang geleden?

Is het een herinnering?

Waarom denk je dat?

C

 

Welke personages vind je niet aardig?

 

C

 

In welke tijd speelt het verhaal zich af?

 

 

Bedenk zelf een speciale vraag en stel die aan je buurman of buurvrouw!

C  

 

Hoe lang duurt het verhaal?

 

 

C

Wordt het verhaal verteld in de volgorde waarin de gebeurtenissen plaats vinden?

C

Welke personages vindt de verteller niet aardig?

Hoe merk je dat?

C  

Beschouw jezelf eens als toeschouwer.

Door wiens ogen heb je het verhaal gevolgd?

 

C

 

Komt de verteller in het verhaal voor? Zo ja, wie is het dan?